Op 1 januari 2014 stond 40 procent van de Nederlandse bevolking van twaalf jaar of ouder geregistreerd in het Donorregister. Bijna een kwart van de bevolking geeft toestemming om na het overlijden de organen en weefsels af te staan voor donatie.

Dat blijkt uit gegevens uit het Donorregister.

Iedereen die in Nederland woont en twaalf jaar of ouder is, kan zich laten registreren in het Donorregister. Hiermee leg je het besluit om organen en weefsel te doneren vast voor nabestaanden, artsen en verpleegkundigen.

Herkomst en opleidingsniveau

Vooral afkomst en opleidingsniveau zijn onderscheidend voor de donorregistratie. Niet-westerse allochtonen zijn veel minder vaak geregistreerd in het register. En zij die wel ingeschreven staan, zijn zelden donor.

Minder dan 1 procent van de Marokkanen wil donor zijn, 2 procent van de Turken, 6 procent van de Surinamers en 9 procent van de Antillianen en Arubanen. Van de westerse allochtonen is 18 procent als donor geregistreerd, onder autochtonen ligt dat percentage op 27 procent.

Donorschap heeft ook een relatie met opleidingsniveau. De laagst opgeleiden zijn het minst vaak donor, de hoogstopgeleiden het vaakst.

Niet geschikt of vanwege geloof

Mensen laten zich om diverse redenen niet registreren. Zij hebben bijvoorbeeld nog geen besluit genomen, wensen geen donor te zijn of zij vinden zichzelf niet geschikt als donor. Geloofsredenen worden ook genoemd. Anderen laten de belissing over aan nabestaanden.

Plannen voor een alternatieve vorm van donorregistratie, zoals het geen-bezwaarsysteem, zijn al geruime tijd in ontwikkeling. Het geen-bezwaarsysteem zou ervoor zorgen dat iedere volwassen burger orgaandonor wordt, tenzij hij daar expliciet bezwaar tegen maakt.

Uit het Belevingenonderzoek van het CBS van 2014 blijkt dat de meningen over de plannen voor het toekomstig systeem verdeeld zijn. Een kleine meerderheid is voorstander van het automatische donorschap bij niet-registratie.