Onderzoeker aan het Erasmus MC-MS Centrum Tessel Runia heeft voorspellende factoren gevonden die samenhangen met een volgende aanval van MS.

Lage vitamine D-waarden blijken samen te hangen met een verhoogd risico op aanvallen van MS.

Voor de diagnose, de behandeling, patiëntenvoorlichting en inzicht in de pathologie van multiple sclerose (MS) zijn voorspellende factoren van groot belang.

Voor haar promotieonderzoek heeft Runia voorspellende factoren voor "de volgende aanval" geïdentificeerd. Ze vond de factoren zowel bij patiënten met een eerste aanval als bij patiënten met opeenvolgende aanvallen van MS. Als iemand twee keer een aanval heeft gehad, geldt een diagnose van MS.

"Eerst hebben we de nieuwste diagnostische criteria getest. Met behulp van een MRI-scan, die genomen is na de eerste aanval, is de diagnose MS bij een deel van de patiënten sneller betrouwbaar te stellen", zegt Runia.

"Het wachten op een tweede aanval is bij deze patiënten niet nodig, waardoor er eerder gestart kan worden met therapie en deze patiënten minder lang in onzekerheid verkeren."

Vermoeidheid

"Daarna onderzochten we vermoeidheid bij patiënten met een eerste aanval. Vermoeidheid bleek al veel voor te komen in deze patiëntengroep, en bovendien voorspellend te zijn voor een latere diagnose MS", vertelt Runia. 

Ook hebben de onderzoekers biomarkeronderzoek van de hersenvloeistof gedaan. "Daarbij vonden we 36 eiwitten die verschillend waren tussen patiënten met een eerste aanval en gezonde mensen. We vonden geen eiwitten die gerelateerd waren aan het beloop van de ziekte. De eiwitten die verschillend waren hadden bijna allemaal te maken met schade aan of verlies van zenuwen."

Ton slotte maakten ze een voorspelmodel voor MS gebaseerd op bekende klinische voorspellers. Dat model bestaat uit drie risicogroepen die artsen als richtlijn kunnen gebruiken. Die geldt voor patiënten waarvan nog niet duidelijk is of zij na een eerste aanval daadwerklijk MS zullen krijgen.

"Een patiënt kan op basis van de voorspellende factoren in één van de drie risicogroepen worden ingedeeld. Afhankelijk van de risicogroep waarin de patiënt is ingedeeld, kan besloten worden om te starten met therapie of juist af te wachten."

Vitamine D

Bij patiënten met opeenvolgende MS-aanvallen werd nauwgezet bijgehouden hoeveel vitamine D zij in hun bloed hadden.

"Dit is een belangrijk verband, maar geeft nog geen antwoord op de vraag of extra vitamine D slikken ook zinvol is. Dat moet vervolgonderzoek uitwijzen", aldus de promovenda. 

Er werd geen vergroot risico gevonden bij hoeveelheden van vitamine A of osteopontin in het bloed, waarvan werd aangenomen dat die zouden samenhangen met aanvallen van MS.

Runia promoveert op vrijdag 23 januari.