Al vele jaren voordat iemand de ziekte van Alzheimer daadwerkelijk krijgt, verandert de samenstelling van zijn of haar hersenvocht. 

Dat concludeert neuroloog in opleiding Argonde van Harten uit haar onderzoek onder mensen die wel vergeetachtig zijn, maar normaal presteren op geheugentests.

Van Harten bestudeerde hersenvocht van 224 mensen die bij het VUmc Alzheimercentrum waren geweest met 'subjectieve klachten'. Deze mensen hebben geheugenklachten, maar hun cognitieve functies zijn normaal.

Bij veruit het grootste deel van deze mensen bleef het bij geheugenklachten, maar 10 procent ontwikkelde in drie tot vier jaar wel cognitieve achteruitgang. Zij kregen steeds meer moeite met het plannen van acties, het behouden van overzicht en het vermogen om tussen verschillende taken te wisselen.

Alzheimereiwitten

Door te kijken naar biomarkers (Alzheimereiwitten) in het hersenvocht van deze mensen, probeerde Argonde van Harten te voorspellen welke mensen cognitief achteruit gingen. Dat bleek mogelijk. Zo duidt een verlaagd gehalte van het eiwit Amyloid-beta42 op een hogere kans op het krijgen van milde cognitieve stoornissen en dementie door de ziekte van Alzheimer.

De Alzheimerbiomarkers voorspelden niet alleen subtiele achteruitgang van het geheugen, maar ook van de uitvoerende functies, zoals plannen en meerdere dingen tegelijk doen, en van het algemeen cognitief functioneren. Deze onderzoeksresultaten laten zien dat de eerste veranderingen die leiden tot de ziekte van Alzheimer al vele jaren vóór het daadwerkelijk optreden van de ziekte plaatsvinden.

Grootschalig onderzoek

Met deze belangrijke onderzoeksresultaten als uitgangspunt is VUmc onlangs een grootschalig onderzoek gestart waarbij driehonderd personen met subjectieve klachten door de tijd zullen worden gevolgd.

Het doel is om te ontdekken hoe de ziekte zich in de allereerste stadia ontwikkelt. Uiteindelijk moet dit leiden tot een therapie om de oorzaak van de ziekte tegen te gaan.

Van Harten promoveert 7 november bij VUmc.