Het aantal meldingen van euthanasie en hulp bij zelfdoding is afgelopen jaar weer gestegen, net als de daaraan voorafgaande jaren. 

In 2013 hebben artsen gerapporteerd over 4.829 gevallen van euthanasie of hulp bij zelfdoding; dat is 15 procent meer dan in 2012 (4.188 keer). In 2009 waren er nog fors minder meldingen: 2.636. Dat blijkt uit het jaarverslag over 2013 van de Regionale toetsingscommissies euthanasie.

Bij verreweg de meeste aanvragen werd het lijden veroorzaakt door kanker (3.588 gevallen). In de meeste gevallen heeft de huisarts de euthanasie uitgevoerd of de hulp bij zelfdoding verleend.

In vijf gevallen kwamen de toetsingscommissies tot het oordeel dat niet aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan. In een van deze gevallen was de toetsingscommissie het bijvoorbeeld niet eens met het middel dat de arts gebruikte om een coma op te wekken.

De kans zou aanwezig zijn dat de patiënt hierdoor iets merkt van de spierontspanner die vervolgens wordt toegediend. De gevallen die beoordeeld worden als onzorgvuldig, zijn gemeld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Psychiatrisch

Bij 42 van de meldingen werd het lijden veroorzaakt door een psychiatrische aandoening. Dat is een stuk meer dan in 2012 (veertien) en 2011 (dertien).

Volgens de toetsingscommissies is er kennelijk sprake van een toegenomen bereidheid onder artsen tot het verlenen van euthanasie en hulp bij zelfdoding in deze gevallen. Dat zou kunnen komen doordat artsen weten dat in de voorgaande jaren in 27 gevallen van hulp aan dit soort patiënten, deze hulp als zorgvuldig is beoordeeld.

Bij 97 van de meldingen werd het lijden veroorzaakt door een vorm van dementie. In het gros van de gevallen ging het om de beginfase van dementie, waardoor de patiënten nog wilsbekwaam werden geacht met betrekking tot hun verzoek.

Een verzoek tot euthanasie mag pas worden ingewilligd als de arts ervan overtuigd is dat het verzoek van de patiënt vrijwillig en weloverwogen is en dat hij of zij uitzichtloos en ondraaglijk lijdt.