Mannen met een goedaardig vergrote prostaat kunnen beter gaan zitten bij het plassen. Hierdoor plassen zij de blaas beter leeg en lopen ze minder risico op een blaasontsteking.

Dat blijkt uit onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Bij veel mannen groeit de prostaat bij het ouder worden. De plasstraal wordt hierdoor minder krachtig en er kan urine achterblijven in de blaas. Hierdoor kunnen blaasontsteking en blaasstenen ontstaan.

"Sommige artsen adviseren dan om zittend te plassen, maar tot vandaag was hier geen bewijs voor", vertelt Ype de Jong.

LUMC-studenten Ype de Jong, Hans Pinckaers en Robin ten Brinck hebben de wetenschappelijke artikelen die er op dit gebied zijn onder de loep genomen. Onder leiding van uroloog Lycklama à Nijeholt en epidemioloog Dekkers selecteerden zij elf studies met een vergelijkbare, kwalitatief goede opzet.

Krachtiger straal

Uit een statistische analyse hiervan blijkt dat mannen met plasproblemen vanwege een vergrote prostaat gebaat zijn bij zittend plassen. Er blijft minder urine in de blaas achter, en er lijkt een krachtiger straal te zijn, terwijl de plastijd korter lijkt te worden.

"Wanneer je zit zijn de spieren in benen en bekken meer ontspannen, waardoor je de blaas beter leeg kunt plassen", verklaart De Jong.

Bekkenbodem

Prostaatproblemen ontstaan bij mannen al vanaf middelbare leeftijd, en zijn gerelateerd aan het ouder worden. "Van de mannen boven de tachtig heeft zo'n 90 procent plasklachten vanwege een vergrote prostaat. Zij zijn vaak niet goed ter been en kunnen bang zijn om te vallen. Hierdoor spannen zij de spieren in de bekkenbodem extra aan en wordt leegplassen van de blaas nog lastiger."

Medicijnen die de spierspanning rond de blaas verminderen kunnen verlichting geven. Maar De Jong en mede-auteurs laten nu zien dat het effect van zittend plassen bijna net zo groot is. "Wij raden patiënten echter niet aan met medicijnen te stoppen. Waarschijnlijk werkt een combinatie van medicatie en zitten bij het plassen het beste", aldus De Jong.

Het artikel is verschenen in Plos One.