Er zou een richtlijn moeten komen waarin staat wat huisartsen moeten doen als een patiënt meldt dat ze ongewenst zwanger is. Die is er nu nog niet en daardoor moeten veel huisartsen zelf het wiel opnieuw uitvinden.

In zo'n richtlijn zou moeten staan hoe huisartsen hun patiënt kunnen bijstaan, stelt epidemioloog en huisarts Gé Donker, die onderzoek heeft gedaan onder huisartsen naar de gang van zaken wanneer een ongewenst zwangere bij hen aanklopt.

''De verschillende verwijsmogelijkheden bijvoorbeeld, voor mentale maar ook voor praktische steun. Bij huisartsen is niet altijd bekend wat de mogelijkheden zijn'', aldus Donker.

''Als de vrouw de zwangerschap wil uitdragen zijn er instanties die kunnen helpen, bijvoorbeeld met huisvesting en hulp bij de opvoeding. Ook kan de mogelijkheid van adoptie of een abortus worden besproken'', zegt hij.

''Door betere voorlichting kiezen vrouwen bewust wat ze doen als ze ongewenst zwanger zijn. Ze krijgen wellicht dan ook minder spijt van een beslissing.''

Bedenktijd

''Daarnaast is het belangrijk dat huisartsen zich goed realiseren dat de bedenktijd ingaat vanaf het eerste consult bij hen.'' De wet kent een bedenktijd van vijf dagen, die ingaat vanaf het eerste gesprek met een huisarts of de arts in een abortuskliniek. Pas daarna wordt een abortus uitgevoerd, als de vrouw daarvoor kiest.

Volgens cijfers van huisartseninstituut Nivel raakt een op de vijf vrouwen in Nederland een keer onbedoeld zwanger. Van deze zwangerschappen wordt 68 procent afgebroken. Een vijfde van de ongewenst zwangeren is jonger dan twintig jaar.

''Het gaat dus voor een deel om een heel jonge groep. Tieners die mogelijk onder druk kunnen staan van hun ouders om een bepaalde beslissing te maken. Het is belangrijk dat huisartsen zich dat realiseren'', stelt Donker.

Huisartsenvereniging NHG heeft standaarden voor een groot aantal ziekten en aandoeningen, bijvoorbeeld diabetes of hoge bloeddruk. In die richtlijnen staat omschreven wat huisartsen kunnen doen wanneer patiënten zich bij hen melden.