Het nieuwe bevolkingsonderzoek naar darmkanker waarbij patiënten een monster ontlasting insturen, levert te veel doorverwijzingen op voor dure vervolgonderzoeken.

Dat meldt de Volkskrant donderdag op basis van een brief van het RIVM aan artsen, die de krant in handen heeft.

Het bevolkingsonderzoek naar darmkanker is op een aantal punten gewijzigd, omdat de ziekenhuizen het grote aantal doorverwijzingen niet aankunnen. 

De verwachting was dat er 28.000 doorverwijzingen binnen zouden komen voor een kijkonderzoek, maar zoals het er nu naar uitziet zullen dat er dit jaar 64.000 worden.

De ontlastingstest die bij het onderzoek hoort, is gevoeliger dan gedacht. Daardoor werden een stuk meer mensen dan verwacht naar ziekenhuizen doorgestuurd. Dat leidde tot wachttijden tot twee maanden.

Minder

Het RIVM verstuurt daarom nu minder buisjes voor het onderzoek en heeft de drempel van vervolgstappen verhoogd. 

De grenswaarde voor zo'n doorverwijzing is opgerekt. Nu worden mensen met 88 nanogram bloed per milligram ontlasting doorverwezen. Dat wordt straks 275 nanogram. 

Bij het onderzoek wordt de aanwezigheid van kleine deeltjes bloed in de ontlasting gemeten.

Onrust

Het bevolkingsonderzoek ging in januari van start. Ruim 875.000 mensen kregen een uitnodiging om deel te nemen aan de test. In de toekomst zullen alle personen tussen de 55 en 75 jaar gevraagd om deel te nemen.

Het onderzoek moet op langere termijn jaarlijks 2.400 sterfgevallen aan darmkanker helpen voorkomen.

De poeptest van het RIVM is niet onomstreden. Critici zijn onder meer bang voor nodeloze onrust en voor darmperforaties.