De verloskundige zorg voor zwangeren in een achterstandssituatie moet snel verbeteren. Dat vindt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). 

Uit een rapport dat de IGZ dinsdag naar buiten bracht blijkt dat er in de verloskundige zorg nog te weinig aandacht is voor de behoeften van bijvoorbeeld aanstaande moeders uit sociaal zwakkere milieus of zwangere vrouwen met een andere culturele achtergrond.

Juist in die groepen is het risico op babysterfte het hoogst, aldus de inspectie.

De IGZ begon een onderzoek vanwege de relatief hoge sterfte van baby's tijdens de zwangerschap of rond de geboorte in Nederland. Een speciale stuurgroep schreef in 2010 naar aanleiding van die sterftecijfers in opdracht van het ministerie van Gezondheidszorg een advies om de geboortezorg in Nederland te verbeteren.

De inspectie concludeert nu dat zorgverleners in de afgelopen drie jaar nauwer zijn gaan samenwerken en dat de acute zorg bij bevallingen ''duidelijk'' is verbeterd. Maar als het gaat om preventie van bijvoorbeeld vroeggeboortes, groeiachterstanden of aangeboren afwijkingen, heeft de beroepsgroep een kans laten liggen, vindt de IGZ.

Er is daarom dringend behoefte aan meer begeleiding voor vrouwen in een achterstandssituatie, zoals advies over zwanger worden en hulp bij het stoppen met roken, aldus de inspectie.