Vervroegd in de overgang komen, heeft op lange termijn negatieve gevolgen voor het cognitief functioneren. Dat blijkt uit een onderzoek van het Franse academische ziekenhuis La Colombière.

Voor het onderzoek werden 4868 vrouwen van 65 jaar en ouder gevolgd.

Hiervan was 79 procent op een natuurlijke manier in de overgang gekomen, 10 procent door een chirurgische ingreep en 11 procent door andere oorzaken, zoals bestraling of chemotherapie.

Zo'n 7,6 procent had te maken gehad met een vroegtijdige menopauze. Nog eens 12,8 procent kwam vroeg, namelijk tussen de 41 en 45 jaar, in de overgang. 

De vrouwen namen bij het begin van het onderzoek en twee, vier en zeven jaar later deel aan cognitieve testen en testen waarmee dementie kan worden vastgesteld.

Vergeleken met vrouwen waarbij de menopauze na hun vijftigste plaatsvond, scoorden vrouwen die vervroegd in de overgang waren gekomen slechter op de testen. Ze hadden 40 procent meer kans op een slechte score bij tests die hun visuele geheugen en verbale vaardigheden meetten.

Hormoontherapie

Hormoontherapie ten tijde van de vroegtijdige menopauze leek het visuele geheugen te verbeteren, maar verhoogde juist het risico op verbale problemen.

"Zowel een vervroegde menopauze door een chirurgische ingreep als door prematuur ovarieel falen bleek verband te houden met negatieve effecten op de cognitieve functies, wat niet volledig gecompenseerd werd door hormoontherapie”, aldus Joanne Ryan.

De resultaten van het onderzoek verschenen in BJOG: An International Journal of Obstetrics and Gynaecology.