Veel artsen zijn terughoudender geworden in het toepassen van euthanasie, sinds de gebeurtenissen rondom de arts in Tuitjenhorn die ​"buitensporig en bewust normoverschrijdend" zou hebben gehandeld. 

Dat blijkt uit een enquête van het NCRV-programma Altijd Wat Monitor, in samenwerking met de beroepsorganisatie van verpleegkundigen, NU'91. De enquête werd gedaan onder een representatieve groep van 195 verzorgenden en verpleegkundigen.​

Volgens ongeveer een op de drie verpleegkundigen gaan artsen terughoudender om met euthanasieverzoeken sinds Tuitjenhorn. 12 procent denkt niet dat er anders wordt opgetreden. 58 procent geeft aan niet te weten of de gebeurtenissen invloed hebben gehad.

Een derde van de ondervraagden heeft antwoord gegeven op de vraag of euthanasieverzoek en onterecht worden afgewezen. Volgens deze zorgmedewerkers worden gemiddeld dertig procent van de euthanasieverzoeken onterecht afgewezen. Volgens bijna een kwart (23 procent) komt dat door 'ethische bezwaren'.

Daarnaast spelen angst (19 procent), onervarenheid (13 procent) en geloofsovertuiging (10 procent) ook een rol, aldus de ondervraagden.

Als een arts een euthanasieverzoek wil inwilligen, moet eerst ook een tweede, onbekende arts geraadpleegd worden. 41 procent van de ondervraagden vindt dat dit te laat gebeurt.

Tuitjenhorn​​

De rondvraag ​is gehouden naar aanleiding van de huisarts uit Tuitjenhorn die vorig jaar op non-actief werd gesteld, omdat hij in strijd met de wet zou hebben gehandeld bij een euthanasie.

De arts gaf een terminaal zieke patiënt honderd keer de reguliere dosis morfine. Na een politie-inval klaagde justitie hem aan wegens moord. Kort daarna beroofde de huisarts zichzelf van het leven.

Volgens een soortgelijke enquête, eind vorig jaar, zou één op de tien huisartsen zich niet altijd houden aan de regels van het toedienen van medicatie aan het sterfbed.