Kwijlen is een belangrijk probleem voor patiënten met een hersenbeschadiging. Het kan onder andere sociale buitensluiting en longontsteking tot gevolg hebben. Een operatie, maar ook botox kan dit kwijlen remmen.

Dat stelt onderzoeker Arthur Scheffer in zijn promotieonderzoek aan het Radboudumc. De behandeling met botox is effectief en minder ingrijpend dan een operatie.

Ongeveer de helft van de kinderen met een houdings- en bewegingsstoornis door een hersenbeschadiging, kwijlt overmatig. Hierdoor worden ze vaak sociaal buitengesloten en moeten ze meerdere keren per dag van kleding wisselen. Door de slechte slikfunctie blijven ze ook op oudere leeftijd kwijlen.

In veel gevallen krijgen ze huiduitslag rond hun mond en sommigen krijgen longontsteking waarvoor opname op een intensive care nodig is. In zulke ernstige gevallen wordt gekeken of de speekselproductie terug is te dringen met een operatie.

Medicijnen die de activiteit van het zenuwstelsel beïnvloeden, kunnen ook helpen, maar hebben vaak bijwerkingen. Een vergelijking van de verschillende behandelingen ontbrak tot nu toe.

Botox

KNO-arts in opleiding Arthur Scheffer bekeek daarom de effectiviteit van diverse behandelingen. Hij concludeert dat operaties, zoals het omleiden of afbinden van de afvoergangen van de speekselklieren, bij 80 procent van de kinderen voor een vermindering van de speekselproductie zorgen. "Operaties zijn de meest effectieve behandeling voor ernstig kwijlen en we verwachten dat het effect levenslang aanhoudt", aldus Scheffer.

Een minder ingrijpende oplossing is een botoxinjectie in de speekselklieren van de onderkaak. In zijn onderzoek kregen 131 patiënten tussen de 3 en 27 jaar een injectie onder narcose. Na twee maanden was de speekselvloed bij meer dan de helft van de patiënten met de helft afgenomen. De vermindering hield gemiddeld zes maanden aan. Een klein deel van de patiënten had na een jaar nog baat bij de behandeling.

Scheffer: "Helaas kunnen we nog niet aangeven bij welke patiënten botox effectief is en bij wie niet. Wel blijkt dat als we extra injecties geven, 60 tot 65 procent van de patiënten baat bij de therapie heeft."