De bacteriën die voorkomen in klaslokalen, zijn voor hun verspreiding vrijwel volledig afhankelijk van docenten en leerlingen die deze oppervlakken aanraken.

Dat schrijven Amerikaanse en Canadese onderzoekers deze week in het tijdschrift Microbiome.

Ze brachten de bacteriepopulaties in kaart van verschillende oppervlakken in een universiteitsklaslokaal: tafels, stoelen, vloeren en muren.

In totaal identificeerden de onderzoekers op 58 plekken 3.745 bacteriesoorten. De helft daarvan troffen ze maar één of twee keer aan en de meest voorkomende soort, Sphingomonas species, maakte 1,9 procent van de totale populatie uit.

Schoeisel

De verschillende oppervlakken herbergden duidelijk andere bacteriepopulaties. Op de stoelen kwamen vooral soorten voor afkomstig uit de menselijke darm, de menselijke huid, de menselijke urinewegen en vagina.

De tafels bevatten vooral soorten afkomstig uit de menselijke mond. De muren bevatten vooral bacteriën afkomstig uit drinkwater en de bodem en de vloeren herbergden meer ‘buitenbacteriën’ aan, die waarschijnlijk via schoeisel binnen waren gebracht.

Oppervlakken bij elkaar in de buurt kwamen niet meer overeen dan oppervlakken ver van elkaar af.

Luchtstromen

De onderzoekers concluderen dat bacteriepopulaties via menselijk contact verspreid worden, al kan het bijvoorbeeld ook door kleren heen. De bacteriën verplaatsen zich vervolgens niet of nauwelijks uit zichzelf of door zich bijvoorbeeld te laten meevoeren met de luchtstromen.

Uit eerder onderzoek in toiletruimtes was al aangetoond dat de bacteriepopulaties daar sterk overeenkomen met darm- en vaginaflora. 

Volgens de onderzoekers is het niet zorgwekkend dat er bacteriën voorkomen in de klas, omdat de meeste geen ziekteverwekkers zijn. De studie toont wel aan dat mensen sporen van micro-organismen achterlaten in hun omgeving.