Het les krijgen op een 'gewone' school levert voor kinderen met het syndroom van Down flinke winst op. De kinderen leren beter praten, lezen, rekenen en schrijven.

Dat blijkt uit een proefschrift waar Trouw donderdag uit citeert.

Steeds meer kinderen met het downsyndroom volgen regulier basisonderwijs. 25 jaar geleden was 'gewoon onderwijs' nog weggelegd voor slechts 1 procent van de kinderen, tegenwoordig gaat het om meer dan de helft van de kinderen.

In het proefschrift waarop Gert de Graaf vrijdag promoveert staat dat een reguliere klas een rijkere taalomgeving vormt. De overgang van het oefenen van lees-, schrijf- en rekenvaardigheden wordt minder lang uitgesteld dan in speciaal onderwijs.

Daarnaast is er in het reguliere basisonderwijs, dankzij extra geld voor leerlingen met het syndroom van Down, ook meer individuele begeleiding dan bij speciaal onderwijs.

Een positieve houding vanuit de school is cruciaal bij het geven van het onderwijs. Net als een goede samenwerking tussen de ouders en leraren.