Ongeboren baby's worden blootgesteld aan chemische stoffen die het hormoonsysteem verstoren, waardoor hun stofwisseling negatief wordt beïnvloed. 

Dat blijkt uit het Europees OBELIX-onderzoek dat gecoördineerd is door de Vrije Universiteit Amsterdam.

De chemische stoffen verstoren de stofwisseling omdat ze in het lichaam de werking van hormonen nabootsen.

Het gaat bijvoorbeeld om stoffen in plastic, dioxines (giftige stoffen die ontstaan bij de verwerking van afval), polychloorbifenyl (vroeger gebruikt in de industrie maar nog steeds aanwezig in de voedselketen vanwege hun stabiliteit) en perfluorkoolstofverbindingen (voor allerlei toepassingen gebruikt zoals in verpakkingsmaterialen).

Deze stoffen zijn in lage concentraties aanwezig in voedsel en kunnen bij zwangere vrouwen terechtkomen in de ongeboren baby. Daar kunnen ze een verstorend effect hebben op de stofwisseling wat ertoe kan leiden dat de hormoonbalans en de groei van vetcellen wordt verstoord.

De stoffen worden in verband gebracht met overgewicht omdat ze de hormoonbalans en de energiestofwisseling kunnen verstoren.

Strengere regels


Uit het onderzoek blijkt dat al bij lage hoeveelheden, die volgens de wettelijke norm veilig zijn, hormoonverstorende effecten optreden die invloed hebben op het lichaamsgewicht.

VU-hoogleraar toxicologie Juliette Legler, verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU, vertelt donderdagavond 19 december over het onderwerp in de uitzending 'Zorgwekkende stoffen' van het tv-programma Zembla.

"Mensen zijn zich niet bewust van het feit dat ze via hun voeding worden blootgesteld aan dit soort stoffen tijdens de zwangerschap, en dat deze blootstelling niet geheel zonder risico is, zeker voor jonge kinderen.", aldus Legler.

Eerder was al bekend dat deze hormoonverstorende chemische stoffen een rol kunnen spelen in gezondheidsproblemen als kanker, de ontwikkeling van het zenuwstelsel en vruchtbaarheidsproblemen.

Dankzij het onderzoek zijn effecten op de stofwisseling aan deze lijst toegevoegd. Een groep van 89 wetenschappers, waaronder Legler, vraagt de Europese Commissie om strengere regels en betere testmethodes voor het gebruik van deze groep chemische stoffen.