Een grote groep patiënten met reumatoïde artritis kan de behandeling afbouwen of er zelfs mee stoppen.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek dat reumatoloog Aatke van der Maas uitvoerde binnen de Sint Maartenskliniek en het UMC St Radboud.

Van der Maas onderzocht bij patiënten bij wie de reumatoïde artritis (RA) in een stabiele en rustige fase was gekomen of zij het medicijn infliximab af konden bouwen. Dit geneesmiddel behoort tot de nieuwste generatie van zeer effectieve maar ook dure geneesmiddelen, ook wel biologicals genoemd.

In het onderzoek bleek dat veel patiënten konden afbouwen (45 procent) of zelfs konden stoppen (16 procent) met infliximab, zonder achteruitgang van de kwaliteit van leven of een verhoogde ziekteactiviteit.

Overbehandeling

Deze resultaten geven aan dat bij deze specifieke groep RA-patiënten mogelijk wordt overbehandeld. In de regel geeft overbehandeling met een geneesmiddel meer kans op bijwerkingen voor de patiënt.

Bovendien brengt het meer kosten met zich mee dan nodig zou zijn. Tijdens de studieperiode namen de behandelkosten per patiënt af met ongeveer 3500 euro.

Vermoedelijk nemen deze kosten daarna nog verder af, omdat de patiënten in verband met het onderzoek relatief vaak op de reumapoli werden gezien. Het bleek echter nog niet mogelijk om precies te voorspellen welke RA-patiënten hun medicatie kunnen afbouwen. Daarvoor is verder onderzoek nodig.