Wanneer een moeder een tekort aan foliumzuur heeft tijdens haar zwangerschap, kan dit niet alleen effect hebben op haar kind, maar ook op haar kleinkinderen. 

Daarmee tonen onderzoekers van de universiteiten van Cambridge en Calgary aan dat een tekort aan foliumzuur leidt tot epigenetische veranderingen die erfelijk zijn.  

Bij epigenetica gaat het om het aan- en uitzetten van genen. In dit geval gaat het erom dat een cel voldoende schakelaars (methylgroepen) nodig heeft om goed te kunnen functioneren.

Als een moeder een foliumzuurtekort heeft, kunnen enkele van deze schakelaars bij haar kind ontbreken waardoor afwijkingen zoals een groei-achterstand, ontwikkelingsvertraging, hartwijking of open ruggetje ontstaan. Bijzonder is dat deze afwijkingen geërfd kunnen worden door volgende generaties. 

Gemuteerd gen

In Cell schrijven de onderzoekers deze week dat ze muizen gebruikten die een gemuteerd Mtrr gen hadden. Dit gen is belangrijk om foliumzuur in het lichaam op te nemen.

Als Mtrr bij de moeder gemuteerd is, gebeurt hetzelfde bij haar ongeboren kind als bij een tekort aan foliumzuur. Het verhoogt de kans op een open ruggetje of een hartafwijking.

De onderzoekers vonden dat wanneer de oma of de opa een Mtrr mutatie hadden, ook hun kleinkinderen het risico liepen op afwijkingen. Deze afwijkingen golden zelfs voor hun achterkleinkinderen en hun achter-achterkleinkinderen.

Erfelijk

In een ander onderzoek werd het embryo van een kleinkind in een gezonde moedermuis gezet, waarbij geen afwijkingen optraden. Hiermee is aangetoond dat de gevolgen van een tekort aan foliumzuur niet genetisch doorgegeven worden, maar het resultaat zijn van epigenetische veranderingen die erfelijk zijn.

De studie laat echter niet alleen zien dat de gevolgen van een foliumzuurtekort erfelijk zijn. Het betekent ook dat ziektes in het algemeen van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven via epigentische veranderingen.