Veel begeleiders passen vrijheidsbeperkingen toe in de zorg voor jongeren met een lichte verstandelijke beperking. 

Bijna twee op de drie begeleiders van deze jongeren en jongvolwassenen geeft aan dat vrijheidsbeperkende maatregelen bij alle cliënten toegepast kunnen worden als die daartoe aanleiding geven. Dat meldt gezondheidsinstituut Nivel dinsdag na onderzoek.

Het onderzoek werd door het Nivel en het VUmc uitgevoerd onder ruim 195 begeleiders. Het onderzoek wijst uit dat vrijwel alle begeleiders in separeren in een aparte ruimte en fixeren vrijheidsbeperkende maatregelen zien.

Ongeveer de helft van de ondervraagden vindt verder dat sprake is van zo'n maatregel als een cliënt in een aparte ruimte wordt gezet waarvan de deur niet op slot is, als een bezoekregeling wordt getroffen of als het internetgebruik wordt gecontroleerd. Minder dan een derde vindt het naar de eigen kamer sturen van een jongere en het hanteren van een beloningssysteem vrijheidsbeperkende maatregelen.

Veiligheid

Begeleiders passen vrijheidsbeperkende maatregelen vooral toe als de veiligheid in het geding is en zij geen andere oplossing meer zien. Hiervan is vooral sprake als de veiligheid van de cliënt zelf, van de groepsgenoten of het personeel in het gedrang komt of als de cliënt dreigt iets te vernielen. Maar ook in andere situaties wordt een vrijheidsbeperkende maatregel overwogen zoals voor verstoring van de orde in de groep (58 procent) en het niet nakomen van de huis- of groepsregels (24 procent).

Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Dwang en Drang van onder meer het Nivel en Vumc, waarbij wordt gekeken hoe het gebruik van vrijheidsbeperkingen kan worden afgebouwd. Het Nivel stelt op basis van het onderzoek dat het terugdringen van het aantal vrijheidsbeperkingen in de zorg voor jongeren en jongvolwassenen met een lichte verstandelijke handicap nog een grote investering vergt.