Meer fruit eten, en dan vooral blauwe bessen, druiven, appels en peren, verlaagt het risico op diabetes type 2. 

Dat schrijft een internationaal team van onderzoekers in het British Medical Journal.

De Britse, Amerikaanse en Singaporese onderzoekers gebruikten de gegevens van drie grote onderzoeken. In totaal 187.382 deelnemers vulden vragenlijsten in over hun eetgewoonten.

Zo gaven ze elke vier jaar aan hoe veel en hoe vaak ze gemiddeld bepaalde fruitsoorten aten. Gedurende de studie kreeg 6,5 procent van hen diabetes type 2.

Uit de analyse van deze gegevens bleek dat drie keer per week een portie blauwe bessen, druiven en rozijnen of appels en peren eten, het risico op het ontwikkelen van diabetes type 2 verlaagde.

Al het fruit hielp, maar deze fruitsoorten waren het meest effectief. Blauwe bessen verlaagden het risico op diabetes type 2 bijvoorbeeld met 26 procent, ander fruit verkleinde de kans op diabetes met 2 procent.

Antocyanen

Mogelijk komt dat door het hoge gehalte aan antocyanen en polyfenolen in blauwe bessen, druiven, appels en peren. Bij muizen is aangetoond dat antocyanen de opname van glucose verbeteren.

Vruchtensap had geen positief effect. Bij het persen gaan er waarschijnlijk veel gezonde stoffen verloren en de suikers in de sap doen de bloedsuikerspiegel stijgen.