Niet zozeer de leeftijd maar vooral bijkomende ziekten verminderen de kwaliteit van leven van oudere patiënten met kanker. Dat blijkt uit onderzoek van onder andere het NIVEL.

Het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidzorg) voerde het onderzoek met het Integraal Kankercentrum Nederland uit binnen het Panel Leven met Kanker onder 325 (ex)kankerpatiënten.

Ouderen en jongeren met kanker ervaren eenzelfde kwaliteit van leven, maar kankerpatiënten met bijkomende ziekten hebben een mindere kwaliteit van leven en zijn vaker arbeidsongeschikt dan andere kankerpatiënten.

Aandoeningen

Bijkomende ziekten blijken een belangrijke rol te spelen. Naast kanker heeft 70 procent van de ouderen één of meer andere aandoeningen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten of artrose. Zowel oudere als jongere kankerpatiënten met bijkomende ziekten hebben een verminderde kwaliteit van leven en ervaren meer belemmeringen in hun werk. Deze hogere ‘ziektelast’ blijkt minder sterk samen te hangen met de leeftijd dan met de bijkomende ziekten.

Ruim een derde van de kankerpatiënten met bijkomende ziekten (comorbiditeit) is geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en slechts één op de tien van de kankerpatiënten zonder bijkomende ziekten.

Dit hangt deels samen met de hogere leeftijd van de groep kankerpatiënten met bijkomende ziekten, maar ook binnen leeftijdsgroepen blijven verschillen zichtbaar tussen mensen mét en zónder bijkomende ziekten.

Oud en jong

Oudere mensen met kanker blijken hun kwaliteit van leven hetzelfde in te schatten als jongere mensen. Ze beoordelen hun algemene gezondheid gelijk en ze rapporteren een vergelijkbare mate van vermoeidheid, gevoelens van angst en depressieve klachten.

Wél vinden kankerpatiënten dat hun lichamelijke functioneren wat minder wordt met de leeftijd, maar dit is in vergelijkbare mate ook zo bij ouderen zonder kanker.