Pubers die verslaafd zijn aan cannabis kunnen worden geholpen met gezinstherapie. 

Als vader en moeder  meedoen aan de behandeling, lukt het ruim 60 procent van de jongeren om al binnen een jaar van het etiket 'verslaafd' af te komen.  Dat blijkt uit onderzoek van het Erasmus MC in vijf Europese landen.

Bij multidimensionele familietherapie (MDFT) neemt minstens één ouder deel aan de behandeling. In MDFT is de therapeut de spin in het web voor hulp aan het gezin. Hij of zij bemoeit zich met de jongere en het gezin en met de buitenwacht (school, werk, vrienden, vrijetijdsbesteding). De therapeut gaat zijn kantoor uit om het gezin thuis te spreken.

Vergelijking

Dit onderzoek vergeleek MDFT met de gangbare behandelingen in West-Europa: vormen van individuele psychotherapie bestaande uit behandelsessies met alleen de jongere. In Nederland ging het om cognitieve gedragstherapie. MDFT kent ook zulke sessies, maar daarnaast ook sessies met de ouders en het hele gezin.

Er deden 450 pubers mee en dus net zoveel gezinnen. De jongeren waren niet alleen verslaafd aan cannabis, ze hadden ook andere problemen. Eén op de drie was bijvoorbeeld pas nog gearresteerd.

De behandeling duurde zes maanden. Voor, tijdens en na de behandeling (tot zes maanden na afloop) gingen onderzoekers na hoe het de jongeren verging.

​Effectiever

MDFT en de gangbare behandeling waren allebei werkzaam, de pubers minderden hun gebruik van cannabis. MDFT was echter wèl effectiever dan de gangbare behandeling. Bijna alle jongeren waren verslaafd aan cannabis aan het begin van het onderzoek.

De situatie veranderde in een jaar tijd: 62 procent van de pubers die behandeld waren met MDFT bleken niet meer verslaafd te zijn, tegen 48 procent bij gangbare behandeling. De meeste jongeren gebruikten nog steeds wel cannabis, maar niet zodanig dat het hun leven ernstig verstoorde.