Zelf de buikomvang meten is een betrouwbare eerste stap om het metabool syndroom op te sporen bij mensen die gezond lijken. Dat hebben onderzoekers van het UMC Utrecht aangetoond.

In totaal namen 5558 ogenschijnlijk gezonde mannen en vrouwen deel aan het onderzoek. Daarvan bleken er 2004 een vergrote buikomvang te hebben.

Als die meer was dan 102 cm bij mannen of 88 cm bij vrouwen, werden zij uitgenodigd voor verder onderzoek om te controleren of er nog verdere risicofactoren aanwezig waren.

De meting thuis bleek betrouwbaar. Van de 1721 personen met een vergrote buikomvang die nader onderzocht werden, voldeden er 473 aan de definitie voor het metabool syndroom. Bijna de helft van hen was jonger dan 50 jaar.

Advies

Patiënten met het metabool syndroom ontvingen via hun eigen huisartsenpraktijk uitgebreide uitleg over de bevindingen én leefstijladviezen. Na één jaar bleek dat dit gezondheidsadvies goed was opgevolgd: de helft van de mensen gaf aan meer te zijn gaan bewegen, van de rokers was 17 procent gestopt en het gemiddelde gewichtsverlies was 2,1 kilogram.

Na drie jaar was er bij de meeste patiënten nog steeds een duidelijke verbetering zichtbaar. Meer dan de helft (53 procent) voldeed niet meer aan de definitie van het metabool syndroom.

"Wij hebben laten zien dat in een ogenschijnlijk gezonde populatie toch een behoorlijk deel een verhoogd risico heeft op diabetes en hart- en vaatziekten. Deze unieke vanuit de huisartsenpraktijk opgezette en relatief simpele screening door middel van het zelf opmeten van de buikomvang blijkt goed uitvoerbaar en betrouwbaar", zegt promovenda Corine den Engelsen.