Jongeren met een genetische aanleg voor probleemgedrag en overbeschermende ouders vertonen vaker gedragsproblemen dan jongeren zonder deze combinatie.

Dat is een van de opmerkelijke conclusies uit het proefschrift waarop Rianne Marsman promoveert bij het UMC St Radboud.

Zo’n 5 tot 20 procent van de jongeren in Nederland heeft externaliserende (zich naar buiten toe uitende) gedragsproblemen. Ze gedragen zich agressief, plegen delicten, zijn hyperactief of impulsief.

Rianne Marsman onderzocht de effecten van verschillende risicofactoren om een completer beeld te krijgen van de oorzaken van deze externaliserende gedragsproblemen bij jongeren. Zij maakte gebruik van gegevens uit het TRAILS-onderzoek, een grootschalige studie waarin ruim 2000 adolescenten uit Noord-Nederland worden gevolgd van hun 10e tot 25e levensjaar.

Overbescherming

Marsman onderzocht onder meer de combinatie van opvoeding en genetische aanleg. Ze deed een opmerkelijke bevinding.

"Als ouders hun kinderen tijdens de puberteit te veel beschermen, dus weinig in aanraking laten komen met hun omgeving, vertonen ze vaker gedragsproblemen. In de puberteit is het gezond dat een kind op zoek gaat naar nieuwe ervaringen. Als ouders overbeschermend zijn, kunnen jongeren niets uitproberen."

​Autoritair

"Hetzelfde zie je bij autoritaire ouders. Hoe strakker je een kind houdt en hoe meer je verbiedt, des te groter de kans dat ze gedragsproblemen ontwikkelen. Bij kinderen met een genetisch risico is die kans bovendien nog groter", zegt Marsman.

Ook opgroeien in een lager sociaal milieu en complicaties rondom de zwangerschap en de geboorte geven een verhoogde kans op latere gedragsproblemen. Een warme opvoeding verkleint de kans op gedragsproblemen.