AMSTERDAM - Ruim een op de drie van de zeer vroeg geboren kinderen heeft serieuze ontwikkelingsproblemen, zoals spasticiteit, een verstandelijke beperking of gedragsproblemen.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Eva Potharst van de Vrije Universiteit Amsterdam.

In Nederland wordt ongeveer 1 procent van alle kinderen al na minder 30 weken zwangerschap of met een geboortegewicht van minder dan 1 kilogram geboren. Potharst onderzocht ruim 100 van deze kinderen toen ze 5 jaar oud waren. Ze vergeleek ze met een groep leeftijdsgenoten die op tijd geboren waren. 

De promovenda ontdekte dat ouders van te vroeg geboren kinderen hun kind als kwetsbaar blijven ervaren. Moeders ondersteunen hun te vroeg geboren kinderen minder in hun zelfstandigheid.

"Moeders van de meeste op tijd geboren kinderen hielpen hun kind bijvoorbeeld zelf keuzes te maken, terwijl sommige moeders van te vroeg geboren kinderen hun kinderen onderbraken als ze iets wilden zeggen", zegt Potharst.

Rol thuissituatie

Motorische en neurologische problemen komen bij te vroeg geboren kinderen vaker voor, onafhankelijk van het opleidingsniveau van de ouders. Maar een lage intelligentie of gedragsproblemen komen substantieel vaker voor bij een combinatie van vroeggeboorte en een laag opleidingsniveau van de ouders.

Gedragsproblemen komen minder vaak voor als ouders weinig stress hebben en als de moeder het kind niet als erg kwetsbaar beschouwt, bijvoorbeeld door niet ’s nachts even te kijken om er zeker van te zijn dat het goed met het kind gaat.

Een stimulerende, stressarme gezinssituatie kan volgens de promovenda een beschermende werking hebben voor te vroeg geboren kinderen. Om eventuele ontwikkelingsproblemen op tijd te onderkennen en daarna de juiste hulp te kunnen bieden, is het nodig zeer vroeg geboren kinderen zeker tot hun vijfde jaar in hun groei en ontwikkeling te volgen.