LEIDEN - De taalontwikkeling van kinderen met een cochleair implantaat die alleen gesproken taal leren, verloopt sneller dan die van kinderen met een cochleair implantaat die ook gebarentaal leren.

Dit schrijft Karin Wiefferink, onderzoeker aan de Universiteit Leiden, in haar proefschrift.

Wiefferink vergeleek de taalontwikkeling van Vlaamse kinderen met een cochleair implantaat (CI) en die van Nederlandse kinderen met een CI die echter opgroeiden in een tweetalige omgeving waarin ze zowel gesproken als gebarentaal leerden.

Gebarentaal

Uit het onderzoek bleek dat de gesproken taalontwikkeling van de Vlaamse kinderen sneller verliep dan die van de Nederlandse kinderen. Opvallend was dat de gebarentaal van Nederlandse kinderen zich nauwelijks nog ontwikkelde als ze eenmaal een CI hadden.

Bovendien ontwikkelden Nederlandse kinderen na verloop van tijd een voorkeur voor gesproken taal. Deze resultaten suggereren dat een eentalige omgeving beter is voor de taalontwikkeling dan een tweetalige.

Tweede implantaat

Ook het plaatsen van een tweede cochleair implantaat lijkt positieve effecten te hebben op de taalontwikkeling. Met twee CI’s kan een kind makkelijker spraak verstaan in een omgeving waar meer geluiden zijn.