UTRECHT - Het immuunsysteem speelt een sleutelrol bij het ontstaan van diabetes. Een bepaald type immuuncellen vormt de schakel tussen een vetrijk dieet en het begin van diabetes.

Dat blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht. Ongevoeligheid voor insuline is een voorstadium van diabetes.

Dit treedt vaak op bij overgewicht; het lichaam reageert dan niet meer goed op het hormoon. De energiehuishouding raakt dan verstoord, waardoor na een maltijd de energie niet meer op de juiste manier wordt opgenomen.

Gevoeligheid

Bij muizen blijkt de gevoeligheid voor insuline af te hangen van de zogenaamde NK T-cellen die voorkomen in vetweefsel. Muizen op een vet dieet verliezen NK T-cellen en ontwikkelen insuline­ongevoeligheid.

Bij aangepaste muizen zonder NK T-cellen treedt ook bij een normaal dieet al ongevoeligheid voor insuline op. Onderzoekers van het UMC Utrecht beschrijven dit in het tijdschrift Journal of Clinical Investigation.

Begrijpen

Het onderzoek helpt diabetes te begrijpen. NK T-cellen spelen kennelijk een belangrijke rol bij het ontstaan van insulineongevoeligheid en diabetes. "Wij denken dat deze zogenaamde natural killer T-cellen de schakel zijn tussen een vetrijk dieet en het begin van diabetes", zegt onderzoeksleider Eric Kalkhoven.

"Door teveel vet te eten, raakt de communicatie tussen vetcellen en de NK T-cellen verstoord. Dat is het begin van insulineongevoeligheid en uiteindelijk diabetes."

Vetcellen

Wetenschappers beschouwen vetweefsel al lang niet meer als alleen opslag van energie. Vetcellen maken hormonen die onze energiehuishouding beïnvloeden. Maar vetcellen doen dat niet alleen. Ze bepalen welke hormonen ze maken door te communiceren met immuuncellen in hun omgeving.

Het onderzoek laat zien dat vetcellen direct communiceren met NK T-cellen. Vetcellen plaatsen stukjes van vetmoleculen aan hun buitenkant. NK T-cellen ‘zien’ dat en reageren daarop. Deze wisselwerking tussen vetcellen en immuuncellen zorgt voor normaal functionerend vetweefsel.

Mensen

De resultaten zijn gebaseerd op proefdieren en proeven met menselijk vetweefsel in het laboratorium. Op basis van deze proeven vermoeden de onderzoekers dat de resultaten ook opgaan bij mensen. Zij vonden in elk geval grote aantallen NK T-cellen in menselijk vetweefsel.

Collega-wetenschappers uit Ierland en de Verenigde Staten toonden recent aan dat dikke mensen minder NK T-cellen hebben in hun vetweefsel en dunne mensen juist meer.