AMSTERDAM - Kinderen uit gezinnen van immigranten zijn vaker te dik in vergelijking met hun Nederlandse leeftijdsgenootjes.

Dat blijkt uit een internationaal onderzoek waar ook het Amsterdamse VUmc aan meewerkt en waar ruim 7000 kinderen aan hebben meegedaan.

Het blijkt dat in Nederland 15 procent van de Nederlandse kinderen overgewicht heeft, tegenover 26 procent van de kinderen van buitenlandse afkomst.

9 procent van deze allochtone kinderen - kinderen die een 'vreemde' moedertaal hebben of van wie ten minste een van beide ouders geboren is in een ander land - heeft zelfs extreem overgewicht.

Oorzaken

Volgens professor Johannes Brug die het onderzoek aan het VUmc coördineert, zijn er een aantal oorzaken aan te wijzen voor het feit dat deze groep kinderen vaker te dik is. ''De consumptie van frisdrank is meestal hoger bij kinderen afkomstig uit immigrantengezinnen en er is minder sprake van regelmatige maaltijden.

Zo wordt het ontbijt vaker overgeslagen. Deze kinderen kijken ook meer televisie, doen minder aan sport en slapen minder. Daartegenover staat wel dat ze vaker naar school lopen of fietsen.''

Ook het opleidingsniveau, inkomen en toegang tot voorlichting over gezondheid spelen mee. ''Kinderen van lager opgeleide ouders zijn vaker te dik en in veel immigrantenfamilies zijn ouders lager opgeleid'', constateert Brug, die erop wijst dat er ook flinke verschillen tussen landen zijn.

Griekenland

''In Griekenland zijn er verhoudingsgewijs veel meer dikke kinderen dan in Nederland. Ze kijken daar meer tv, computeren meer en hebben andere leefgewoonten.'' Opvallend is ook dat in Griekenland juist de autochtone kinderen vaker te dik zijn.

Er is sprake van overgewicht en extreem overgewicht als een kind hoger dan een bepaald BMI heeft, een Body Mass Index. Bij kinderen verschuift die maatstaf, omdat het lichaam zich nog ontwikkelt. Een BMI boven de 22 betekent dat een kind overgewicht heeft.

De onderzoekers pleiten ervoor om informatie over gezondheid beter toegankelijk te maken voor allochtonen.