UTRECHT - De zorg voor patiënten tijdens en rond operaties is de afgelopen 5 jaar beter geworden.

Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Onder meer de invoering van de zogenaamde time-out procedure heeft daaraan bijgedragen.

Vlak voordat de operatie wordt uitgevoerd, controleert het operatieteam nog even de naam en geboortedatum van de patiënt en het materiaal dat nodig is voor de operatie.

Ook het tellen van het gebruikte operatiemateriaal om te voorkomen dat er iets achterblijft in de patiënt en het actief tegengaan van infecties hebben ervoor gezorgd dat er minder mis ging.

Aandachtspunt is wel nog het gebruik van medicijnen in operatiekamers. Zo wordt niet steeds goed gecontroleerd of medicijnen goed klaargemaakt en toegediend worden.

Risicovol

Het is belangrijk dat juist de zorg rondom operaties zo goed mogelijk gebeurt, want operaties behoren tot de meest risicovolle processen in de zorg. In Nederlandse ziekenhuizen zijn ze goed voor de hoogste kans op schade.

De verbetering in de afgelopen vijf jaar kwam er overigens niet zomaar. In een rapport schrijft de inspectie dat ze ''niet gerust heeft voordat alle geconstateerde tekortkomingen in de 30 onderzochte ziekenhuizen waren opgelost”.

Elf matig en zes slecht scorende ziekenhuizen kregen twee keer herhaalbezoek, voordat de zorg rondom operaties naar wens van de inspectie verliep. Eén ziekenhuis werd tijdelijk onder verscherpt toezicht gesteld.

Niet tevreden

Patiëntenfederatie NPCF is niet tevreden met de tot nu toe geboekte vooruitgang. ''Het is onvoorstelbaar en onverantwoord dat nog steeds niet alle ziekenhuizen voor honderd procent veiligheidsprotocollen naleven rond operaties’’, stelt de vereniging donderdag in een reactie. ''Patiënten die geopereerd worden lopen onnodige risico’s.’’

Volgens de NPCF krijgen per jaar 30.000 ziekenhuispatiënten te maken met blijvend letsel dat voorkomen had kunnen worden en overlijden naar schatting 2000 patiënten aan onnodige complicaties.