BAARN - Vrouwen die de diagnose baarmoederhalskanker krijgen na een uitstrijkje, hebben meer kans op genezing dan vrouwen waarbij op basis van symptomen de ziekte werd vastgesteld.

Dit blijkt uit onderzoek van het Zweedse Karolinska Institute.

De onderzoekers volgden gedurende gemiddeld 8 jaar 1.230 vrouwen die tussen 1999 en 2001 de diagnose baarmoederhalskanker kregen.

Ze vergeleken vrouwen waarbij de kanker was opgespoord door een afwijkend uitstrijkje met gevallen waarbij de diagnose gebaseerd was op symptomen, zoals bloederige afscheiding en pijn bij het vrijen.

​Uitstrijkje

Van de vrouwen die elke 3 à 5 jaar een uitstrijkje lieten maken, genas 92 procent.

Bij vrouwen die de diagnose baarmoederhalskanker kregen op basis van hun symptomen, daalde de genezingskans naar 66 procent. Driekwart van de 373 vrouwen die overleed tijdens de Zweedse studie had geen uitstrijkje laten maken binnen de aanbevolen tijdsspanne.

Screening

Bij een screening wordt kanker meestal in een vroeger stadium ontdekt, waardoor de kans op genezing groter is. In Nederland worden vrouwen van 30 tot 60 jaar elke 5 jaar uitgenodigd voor een uitstrijkje.

Hierbij worden cellen van de baarmoedermond afgenomen. Afwijkende cellen kunnen duiden op een voorstadium van baarmoederhalskanker.