AMSTERDAM -  Onderzoekers van het AMC in Amsterdam hebben vijf genen ontdekt die mogelijk voorspellen of darmkanker bij een patiënt terugkomt, nadat de tumor is verwijderd.

De genen zijn afgeleid van kankerstamcellen. Dat staat in de vrijdag verschenen editie van tijdschrift Cell ‘Stem Cell’.

“Net als bij borstkanker zouden we met deze genen de behandeling van darmkanker beter kunnen gaan afstemmen op het individu”, zegt onderzoeksleider prof. dr. Jan Paul Medema, hoogleraar Experimentele Oncologie en Radiobiologie.

“Patiënten met een ‘goede’ genenset voor darmkanker, krijgen dan een standaardbehandeling, patiënten met een ‘slechte’ set kunnen worden nabehandeld met chemotherapie”.

Operatief verwijderd

Standaard worden de niet-uitgezaaide darmkankertumoren operatief verwijderd, zonder dat patiënten een chemokuur krijgen.

Medema onderzocht met zijn team 90 patiënten. Bij allemaal werd tussen 1997 en 2006 in het AMC de tumor weggehaald. Daarvan was een stukje weefsel bewaard, deels in paraffine en deels ingevroren. Bij 24 patiënten stelde de hoogleraar de vijf genen vast. Medema wil dit gegeven nog bij grotere groepen patiënten bevestigen.

Behandelingen

In 2008 ontdekten dezelfde AMC-onderzoekers welke kankerstamcellen in darmkanker verantwoordelijk zijn voor uitzaaiingen en voor de terugkeer van tumoren. Daarover publiceerden ze toen in PNAS.

Er zijn echter nog geen behandelingen die specifiek gericht zijn op kankerstamcellen. De meeste therapieën zijn erop gericht om zoveel mogelijk kankercellen te doden.