AMSTERDAM - Ouderen met een grotere middelomtrek hebben vaker te maken met pijn, mobiliteitsproblemen, artrose, incontinentie, hart- en vaatziekten en diabetes.

Dit blijkt uit het onderzoek van gezondheidswetenschapper Noor Heim waarop zij vrijdag 4 november promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ouderen die al lang overgewicht hebben, lopen bovendien een groter risico op fysieke beperkingen dan ouderen die pas op latere leeftijd overgewicht hebben ontwikkeld.

Explosieve toename

Het aantal ouderen en het percentage te zware ouderen stijgt. Daardoor neemt het absolute aantal ouderen met overgewicht de laatste decennia explosief toe.

Meestal wordt op basis van BMI en/of de middelomtrek vastgesteld of iemand overgewicht of obesitas heeft. Er zijn afkappunten vastgesteld waarboven het gewicht of de buikomvang van volwassenen ongezond hoog is.

Buikomvang

Heim ontdekte dat de genoemde gezondheidsproblemen steeds vaker voorkomen naarmate de buikomvang toeneemt. Maar de grenzen zoals die voor volwassenen gelden zijn mogelijk te strikt voor oudere vrouwen.

Een verhoging van het afkappunt voor de middelomtrek van 88 naar 99 cm bij oudere vrouwen leidt tot een betere inschatting van de gezondheidsrisico’s. Bij de mannen is het niet nodig een hoger afkappunt in te stellen.

Ouderen

Het onderzoek van Heim richt zich speciaal op ouderen omdat het lichaam verandert met het ouder worden en er bovendien andere gezondheidsproblemen spelen dan bij volwassenen. Ze gebruikte gegevens over gezondheid en functioneren die bij grote groepen ouderen boven de 70 jaar door middel van interviews zijn verzameld.

Vervolgonderzoek zal zich in de toekomst moeten richten op de bruikbaarheid van het nieuwe afkappunt voor de middelomtrek om oudere vrouwen te identificeren die baat kunnen hebben bij gewichtsverlies.