NIJMEGEN - Jongeren die geen relatie of conflicten hebben met hun broer of zus voelen zich slechter dan jongeren die een harmonieuze of haat-liefde relatie met elkaar hebben.

De negatieve aandacht binnen een conflictrelatie lijkt echter wel beter dan helemaal geen relatie.

Orthopedagoog Marleen Derkman promoveert op 27 oktober aan de Radboud Universiteit op een onderzoek naar de relaties tussen broers en zussen in 428 gezinnen. De jongeren waren tussen de 13 en 22 jaar oud.

Derkman: "Dit zijn bijzondere relaties, vaak de langst durende in iemands leven. Ze hebben een uniek effect op de ontwikkeling en het welzijn van die persoon."

Derkman maakte onderscheid tussen vier relatietypen. De meest voorkomende is een harmonieuze relatie met veel wederzijdse liefde en warmte en weinig conflicten. Deze relatie komt het meest voor tussen zussen (42 procent van alle gevallen binnen dit relatietype), of zus en broer.

Haat-liefde

De haat-liefderelatie is, met 31 procent, ook veelvoorkomend. De haat-liefderelatie komt vaak voor bij een oudere broer met een jongere broer of zus. Er wordt geruzied, maar ook veel gedeeld. De warmte compenseert de conflicten en blijkt een buffer voor het welbevinden, constateert Derkman.

De conflictueuze relatie komt het minst vaak voor: bij 14 procent. Er is veel conflict, zonder dat er sprake is van de compenserende warmte.

Van helemaal geen betrokkenheid (weinig warmte, weinig conflict) tussen broers en zussen was sprake in 22 procent van de gezinnen. In gezinnen met deze broer- en zuscontacten vormde ouderlijke steun vaak een compensatie.

Onverschilligheid

Ruim een derde van de broer-zusrelaties kenmerkt zich door onverschilligheid of conflict zonder enige warmte.

Reden tot zorg? "Niet direct hoor. Het gaat om jongeren in de adolescentie, een periode waarin bijna iedereen conflicten heeft, over grote, maar heel vaak ook over kleine dingen. En er is hoop: het gaat over. Je ziet dat de conflicten afnemen als een van de twee het huis uit gaat", aldus Derkman.