NIJMEGEN - Patiënten in Nederlandse ziekenhuizen zijn steeds vaker besmet met een resistente schimmelstam.

Voor 2000 waren er nog geen resistente schimmels bekend, maar inmiddels is 5 procent bestand tegen het meest gebruikte geneesmiddel.

Dit blijkt uit onderzoek van het UMC St Radboud. De resistentie lijkt niet door de behandeling van patiënten te ontstaan, maar door massaal gebruik van schimmelbestrijding (azolen) in de land- en tuinbouw.

Ook huishoudelijke producten zoals zeep, desinfecteermiddel en verf bevatten azolen. De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit heeft verschillende betrokken ministers geadviseerd tot nader onderzoek.

Longinfectie

Jaarlijks krijgen in Nederland 200 tot 400 patiënten een ernstige longinfectie met de schimmel Aspergillus fumigatus. Azolen zijn het meest gebruikte geneesmiddel bij dergelijke schimmelinfecties.

"In de gezondheidszorg gebruiken we ongeveer 400 kilogram azolen per jaar.", aldus arts-microbioloog Paul Verweij. "In de Nederlandse land- en tuinbouw gaat het naar schattig om 130.000 kilogram."

Ziekenhuis

Verweij en zijn collega's hebben in alle academische ziekhuizen in Nederland de resistente Aspergillusschimmel aangetroffen. Dit varieerden van 0,8 tot 9,5 procent van alle gevallen. Gemiddeld is 5 procent van de schimmels resistent.
 
Bij gevoelige schimmelstammen overlijdt ongeveer 40 procent van de patiënten. Resistentie verdubbelt die kans tot bijna 90 procent. Verweij: "In Nederland sterft nu bijna iedere week een patiënt aan een resistente Aspergillus fumigatus infectie."

Monitoren

Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in Denemarken, wordt de resistent schimmel aangetroffen.

Volgens Verweij is internationaal onderzoek noodzakelijk, want resistentie stopt niet bij landsgrenzen. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft inmiddels besloten om de resistentieontwikkeling te monitoren.