UTRECHT - Ouders oproepen om hun kind geen alcohol te geven en jongeren stimuleren om niet te drinken werpt zijn vruchten af. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht leidt het uitstellen van alcholgebruik niet tot een inhaalslag. 

Dat concludeert Ina Koning van de Universiteit Utrecht.

Jongeren mogen in Nederland vanaf hun 16e jaar legaal licht-alcoholische dranken kopen. Tot die leeftijd is het voor veel ouders toch moeilijk hun kinderen te verbieden alcohol te drinken.

Niet alleen beginnen de meeste jongeren voor hun 16e met drinken, ook geloven veel ouders dat verbieden geen zin heeft. Dat zou averechts werken; door het te verbieden gaan ze juist drinken.

Regels stellen

"Dit is echter niet waar.", concludeert Koning in haar proefschrift. "Als ouders streng zijn en regels stellen, blijkt dat te werken. Jongeren beginnen dan later met drinken. Bovendien, als deze jongeren 16 jaar zijn, drinken ze juist minder alcohol."

Goed geïnformeerd

De promovenda heeft voor dit project, ‘Preventie van Alcoholgebruik in Scholieren’, in samenwerking met het Trimbos-instituut en de Radboud Universiteit, gedurende vijf jaar meer dan 3.000 jongeren en hun ouders gevolgd.

Koning concludeert dat succesvol uitstellen van wekelijks drinken onder jongeren alleen werkt als zowel de ouders als hun kinderen geïnformeerd worden over de nadelen van alcoholgebruik op jonge leeftijd.

Door ze beiden goed te informeren weten ouders dat ze hun kinderen strikte regels kunnen opleggen. En bij de kinderen treedt een hogere zelfcontrole op. "Ze durven makkelijker ‘nee’ te zeggen." verduidelijkt Koning.

Geen inhaalslag

Deze gecombineerde methode werkt zelfs nog door als jongeren de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. Als jongeren later beginnen met drinken, drinken ze ook minder alcohol als ze op 16-jarige leeftijd eenmaal wel mogen drinken.