BAARN - Dankzij een goed gevoel voor humor voelen chronische longpatiënten zich beter: emotioneel en lichamelijk.

Onderzoek suggereert nu echter dat luid lachen de functie van de long kan verminderen, in ieder geval op de korte termijn.

De studie, uitgevoerd door onderzoekers van de Ohio State University, beschrijft humor en lachen bij COPD-patiënten. De patiënten met een goed gevoel voor humor rapporteerden minder depressie en spanning, een betere kwaliteit van leven en minder ademhalingsklachten dan de meer serieuze patiënten.

Komedie
Het bekijken van een 30 minuten durende komedie veroorzaakte bij patiënten echter een beduidend mindere longfunctie. Een video die niet op de lachspieren werkte had dit effect niet. Het waarnemen en waarderen van humor lijkt dus een ander effect te hebben op COPD-patiënten, dan daadwerkelijk hardop lachen.

Complex
"Ons onderzoek laat zien dat humor meer complex is dan mensen denken.", stelt onderzoeker Charles Emery. "Natuurlijk heeft humor voordelen, maar de gedragingen die gepaard gaan met humor zijn dus niet voor iedereen altijd maar goed. Dat is belangrijk om te weten."

Welbevinden
COPD-patiënten lopen een verhoogd risico op spanning en depressie. Vandaar dat de onderzoekers stellen dat door patiënten aan te moedigen om, of zelfs aan te leren om humor te gebruiken in de omgang met hun ziekte, we hun welbevinden kunnen vergroten. Ook eerdere onderzoeken lieten zien dat humor de stemming kan verbeteren en het immuunsysteem kan versterken.

Longfunctie
Eerdere onderzoeken lieten ook zien dat lachen kon helpen bij het verwijderen van 'gebruikte' lucht uit de longen, wat positief zou zijn voor COPD-patiënten.

De studie van de Ohio State University toonde echter het tegenovergestelde. Bij de patiënten die naar de grappige video hadden gekeken, zat veel meer lucht vast in de longen. Dit wijst op een verminderde longfunctie.

"Tijdens het lachen ademen we meer lucht uit, dan dat we inademen. Daarom dachten we ook dat lachen goed zou zijn voor COPD-patiënten. Op die manier konden ze de overmatige hoeveelheid lucht kwijt.", legt hoofdonderzoeker Kim Lebowitz Feingold uit.

"Achteraf gezien is het logisch dat het helemaal niet zo werkt. COPD-patiënten hebben normaal gesproken al moeite met uitademen. Tijdens het lachen ademen we iets meer in dan normaal. Patiënten kunnen die lucht niet zo gemakkelijk kwijt, waardoor er meer lucht achterblijft."

Direct effect
Belangrijk is wel dat de onderzoekers alleen keken naar het directe effect van lachen. Wat het effect is op lange termijn moet nog onderzocht worden.