BAARN - Voor het eerst hebben onderzoekers laten zien dat bacteriën die leven in onze darmen onze hersenen en ons gedrag beïnvloeden. Angst zit misschien niet tussen onze oren, maar vindt zijn oorsprong in de darmen.

De resultaten van het onderzoek aan de Canadese McMaster University zijn belangrijk omdat verschillende maag- en darmaandoeningen gepaard gaan met angst of depressie.

Er zijn zelfs aanwijzingen dat een verstoorde bacteriënhuishouding in de darmen in verband staat met autisme.

In de darmen leven miljarden bacteriën in harmonie met elkaar. Deze bacteriën spelen een belangrijke rol in het behouden van onze gezondheid. Ze halen energie uit onze voeding, beschermen ons tegen infecties en voeden de cellen in de darmen.

De onderzoekers lieten zien dat bij gezonde muizen een verstoring van de bacteriënhuishouding in de darmen door antibiotica, resulteerde in gedragsveranderingen. De muizen werden minder voorzichtig en angstig. De verandering ging ook gepaard met een verhoogde hersenactiviteit in de gebieden verantwoordelijk voor angst en depressie.

Normaal

Wanneer de onderzoekers stopten met het toedienen van antibiotica, keerde de bacteriënhuishouding terug naar normaal. "Ook het gedrag en de hersenactiviteit werden weer normaal.", vertelt onderzoeker Stephen Collins.

Hoewel veel verschillende factoren bepalend zijn voor gedrag, blijkt nu dat darmbacteriën ook een grote rol spelen. Een enkele verstoring, door bijvoorbeeld antibiotica of een infectie, kan leiden tot gedragsveranderingen.

Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor nieuw onderzoek naar behandelmogelijkheden van gedragsproblemen met probiotica. In het bijzonder de problemen die gepaard gaan met maag- en darmaandoeningen zoals het Prikkelbare Darm Syndroom.