MAASTRICHT - Lichamelijke inactiviteit is de tweede doodsoorzaak in de westerse wereld. Op nummer één staat roken en op de derde plaats alcoholgebruik. Van alle doden per jaar in de rijke landen is 16 procent het gevolg van een zittend bestaan.

Door de vergrijzing zullen de maatschappelijke kosten van lichamelijke inactiviteit de komende decennia fors toenemen.

Dat zei Matthijs Hesselink van de Universiteit Maastricht donderdag in zijn intreerede als bijzonder hoogleraar Bewegingswetenschappen.

Fragiel

Wesselink voorspelt dat er over niet al te lange tijd een grote groep oude mensen is, die door afgenomen mobiliteit fragiel en broos is en die veel ziekenhuiszorg nodig heeft.

Hij verzet zich daarom tegen het huidige kabinetsbeleid, dat stelt dat behoud van gezondheid een eigen keuze is. ''Dat is onverstandig en zal onnodig duur uitpakken'', aldus de professor.

Beweegadvies-op-maat

Hesselink constateert dat de vele algemene leefstijladviezen en voorlichtingscampagnes over meer bewegen weinig zoden aan de dijk hebben gezet. Hij pleit daarom voor een persoonlijk beweegadvies-op-maat voor iedereen.

''Want je kan pech hebben: bij de één gaat de fitheid veel meer vooruit dan bij de ander met eenzelfde trainingsprogramma en dat is waarschijnlijk genetisch bepaald. Een kwestie van de verkeerde ouders'', zegt de hoogleraar.

Laag loopvermogen

Onderzoek heeft volgens hem aangetoond dat ratten met een hoog loopvermogen veel fitter en gezonder waren dan ratten met een laag loopvermogen, terwijl beide groepen niet trainden.

Mensen met een laag loopvermogen kunnen wel dezelfde gezondheidstoestand bereiken als degenen met de 'goede genen', maar moeten zich daar voor inspannen. ''Als uw genen het niet toestaan vanuit de luie stoel te hopen op een goede gezondheid kunt u maar beter in beweging komen'', aldus Hesselink.