BILTHOVEN - In Nederland laten te weinig ouders hun kind twee keer inenten tegen mazelen. Daardoor is een uitbraak van de ziekte niet uitgesloten. Dat staat in een dinsdag gepubliceerd rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Om mazelen wereldwijd uit te roeien is het volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noodzakelijk dat minstens 95 procent van de kinderen volledig wordt gevaccineerd.

Zij krijgen in Nederland twee keer een gecombineerd vaccin tegen de bof, mazelen en rode hond (bmr), als baby en op 9-jarige leeftijd.

Ondergrens

Bij zuigelingen wordt de ondergrens van de WHO wel gehaald, maar bij de tweede ronde is de opkomst lager dan de vereiste 95 procent, zo blijkt uit de cijfers van het RIVM.

De bmr-prik maakt sinds 1987 deel uit van het rijksvaccinatieprogramma. Deelname is vrijwillig.

Volwassenen die voor 1970 zijn geboren, zijn in meerderheid beschermd tegen mazelen omdat zij de ziekte als kind hebben gehad.

Virusziekte

Mazelen is een van de bekendste kinderziektes. Het is een zeer besmettelijke virusinfectie die gepaard gaat met hoge koorts, griepachtige verschijnselen en rode vlekken op het hele lichaam. De ziekte kan leiden tot ernstige complicaties, zoals oor-, long- en hersenontsteking.

Omdat mazelen zo besmettelijk is - één geval kan leiden tot honderden secundaire gevallen - moet een zeer groot deel van de bevolking ingeënt zijn om verspreiding te voorkomen. Voor de meeste andere infectieziektes houdt de WHO een minimale vaccinatiegraad aan van 90 procent.

Ontwikkelingslanden

Wereldwijd wordt 80 procent van de kinderen gevaccineerd tegen mazelen. Desondanks krijgen jaarlijks enkele tientallen miljoenen kinderen de ziekte, van wie er enkele honderdduizenden overlijden. Mazelen is in veel ontwikkelingslanden een belangrijke doodsoorzaak bij kinderen jonger dan vijf jaar.