GRONINGEN - Bijna 20 procent van de hoofd-halskankerpatiënten is ondervoed in de periode voorafgaand aan de behandeling. Dit blijkt uit onderzoek van diëtiste Harriët Jager-Wittenaar van het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Tijdens de behandeling neemt het aantal gevallen van ondervoeding nog eens fors toe. Hoofd-halskankerpatiënten verliezen circa 5 procent van hun lichaamsgewicht tijdens de behandeling.

Slikklachten blijken een belangrijke oorzaak voor ondervoeding in zowel de periode vóór als na de behandeling. Een verminderde eetlust, verlies van smaak en weerzin om te eten, zijn eveneens oorzaken van ondervoeding in de periode voorafgaand aan de behandeling.

Verder blijkt uit Jagers onderzoek dat gewichtsverlies tijdens de behandeling grotendeels wordt gekenmerkt door verlies van vetvrije massa (spieren), dat vervolgens tot een verminderd fysiek functioneren leidt.

Ook toont Jager aan dat hoofd-halskankerpatiënten moeite hebben om de verloren vetvrije massa in de periode na de behandeling terug te krijgen. In de eerste vier maanden lukt dat helemaal niet.
 
Tijdig doorverwijzen

Het verlies van gewicht en vetvrije massa is ondanks een dieetbehandeling niet altijd te voorkomen. Daarom pleit Jager ervoor dat patiënten, hun naasten en medewerkers in de zorg risicofactoren voor ondervoeding tijdig herkennen. Daarna moeten patiënten worden doorverwezen naar een diëtist.

Jager-Witteman promoveert op 8 september aan de Rijksuniversiteit Groningen.