RIJSWIJK - De huidige vaccinatie tegen de bof biedt mogelijk te weinig bescherming. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek dat onlangs is verschenen in het vaktijdschrift Journal of Infectuous Diseases en waarvan het artsenblad Medisch Contact donderdag melding maakte op zijn website.

In de Verenigde Staten worden kinderen sinds 1967 ingeënt tegen de bof. Net als in Nederland krijgen zij twee prikken.

Uit het onderzoek blijkt evenwel dat mensen die als kind volledig gevaccineerd zijn, niet beter beschermd zijn tegen de bof dan mensen die de ziekte als kind hebben doorgemaakt.

De onderzoekers hebben gegevens bekeken van 15.000 mensen, geboren tussen 1949 en 1998. Gemiddeld bleek 90 procent van hen antistoffen tegen het bofvirus in het bloed te hebben.

In de groep die geboren werd tussen 1949 en 1956, en dus helemaal niet is ingeënt, is de beschermingsgraad met 93,4 procent het hoogst.

Contact

Omdat zij vaak intensief onderling contact hebben, zijn vooral studenten kwetsbaar, zelfs als zij twee prikken hebben gehad. Door een uitbraak in 2006 werden ruim 6500 mensen ziek. Die epidemie vond zijn oorsprong op schoolcampussen.

Epidemiologe Patricia Quinlisk denkt dat het wellicht nodig is een derde vaccinatie te geven. Ook kan het helpen de tweede prik pas tijdens de adolescentie te geven. Dat zou jongeren betere bescherming kunnen bieden in de periode waarin zij die het hardst nodig hebben.

Volgens Quinlisk neemt het aantal mensen dat immuun is omdat zij de bof als kind hebben gehad, gestaag af. Dat betekent dat een steeds groter deel van de bevolking voor bescherming van de bof afhankelijk is van vaccinatie. Daarom is het volgens haar van groot belang dat die beter werkt dan nu het geval is.

Geprikt

In Nederland worden kinderen sinds 1987 twee keer geprikt tegen de bof, mazelen en rode hond (de bmr-prik). Desondanks komen ook hier bij tijd en wijle kleinschalige uitbraken voor. Zo waart de ziekte sinds begin dit jaar rond in verscheidene studentensteden.

De bof kenmerkt zich door koorts en opgezwollen wangen als gevolg van ontstoken oorspeekselklieren. Bij kinderen verloopt de ziekte doorgaans mild, maar vooral bij volwassenen kan een infectie tot vervelende complicaties leiden, zoals ontsteking van het hersenvlies of de inwendige geslachtsorganen.