GRONINGEN - Apigenin, een stof die voorkomt in onder meer appels, druiven en peterselie, blijkt de groei van twee typen leukemiecellen tegen te gaan.

De stof heeft echter een keerzijde: ze zou ook verantwoordelijk zijn voor het resistent worden van leukemiecellen tegen chemotherapie.

Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van celbioloog Maikel Peppelenbosch van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Dat maakte het UMCG donderdag bekend.

Volgens Peppelenbosch bewijst zijn ontdekking dat het eten van groente en fruit een beschermend effect heeft op het ontstaan van kanker.

Apigenin zorgt ervoor dat leukemie minder snel groeit. ''Het vermindert namelijk de overlevingskansen van cellen in twee cellijnen die lijken op respectievelijk myeloïde en erythroïde leukemiecellen'', aldus de onderzoeker.

Chemotherapie

Aan de andere kant vermindert apigenin het effect van het bekende chemotherapiemedicijn vincristine in leukemiecellen.

De onderzoekers raden leukemiepatiënten af om grote hoeveelheden capsules met apigenin te slikken.