ROTTERDAM - Kinderen van Antilliaanse en Turkse afkomst lopen een groter risico op astma-achtige klachten tijdens de eerste levensjaren dan kinderen met Nederlandse ouders.

Marokkaanse kinderen hebben juist minder kans op kwalen aan de luchtwegen. Dat blijkt uit onderzoek van het Eramus MC, waarop Carmelo Gabriele vandaag promoveert.

Kinderen van verschillende culturen staan na hun geboorte bloot aan verschillende risicofactoren. Daardoor bepaalt hun afkomst deels of ze veel of juist weinig last krijgen van bijvoorbeeld luchtweginfecties.

Bij Antilliaanse kinderen heeft het hogere risico voor een belangrijk deel te maken met sociaal economische status. Hun moeders zijn vaker alleenstaand, wat een groter risico vormt voor lage luchtwegklachten.

Marokkaanse kinderen hebben de gezondste luchtwegen. Vooral in het tweede levensjaar is het verschil groot. Dokters stelden bij 0,3 procent van de Marokkaanse kinderen de diagnose astma.

Erfelijke aanleg
Bij Turkse, Antilliaanse en Surinaamse kinderen was dat 3 procent. Nederlandse kinderen zaten met 2 procent op het gemiddelde. Volgens de promovendus kan erfelijke aanleg een rol spelen, waardoor Marokkaanse kinderen van nature beter beschermd zijn tegen bijvoorbeeld luchtweginfecties.

Gabriele heeft ook onderzocht of dokters bij jonge kinderen al kunnen meten of ze een verhoogd risico lopen op luchtwegklachten op latere leeftijd. Tot nu toe was het lastig om astma te voorspellen omdat gangbare metingen bij jonge kinderen niet goed werken.

Meten van stikstofmonoxide
Gabriele toont in zijn onderzoek aan dat het meten van stikstofmonoxide in de uitademinglucht een manier kan zijn. Kinderen die met 6 maanden meer stikstofmonoxide uitademen, hebben vaker chronische luchtwegklachten als ze 2 jaar oud zijn.

Als de risico’s al vroeg worden ontdekt, kunnen problemen op oudere leeftijd wellicht worden voorkomen, bijvoorbeeld door betere voorlichting te geven aan de ouders over een gezonde leefomgeving en roken.