ROTTERDAM - De behandeling van chronische lage rugpijn of bekkenpijn is veel effectiever als er meer aandacht is voor het functioneren van het lichaam.

De meeste revalidatiebehandelingen richten zich nu vooral op de psychosociale kanten van rugpijn, maar dat is niet terecht, vindt Jan-Paul van Wingerden.

Woensdag promoveert hij op onderzoek hiernaar bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Van Wingerden onderzocht 245 patiënten met ernstige chronische rugklachten die niet meer verder behandeld konden worden.

Hij kwam tot veelbelovende resultaten, aldus het Erasmus MC. Met behulp van een combinatietherapie heeft 53 procent van deze patiënten minder last van pijn en is 62 procent minder beperkt in zijn bewegingen. Met de gangbare behandelmethoden is een resultaat van 30 procent het hoogst haalbare.

Bewustmaking

De therapie die Van Wingerden heeft ontwikkeld, richt zich in de eerste plaats op de kwaliteit van bewegen. Veel patiënten met lage rugklachten staan bijvoorbeeld niet goed rechtop, maar hellen licht voorover.

''Het is daarom belangrijk de patiënt eerst bewust te maken van deze houding en dit te verbeteren en pas daarna bijvoorbeeld de loopafstand uit te breiden. Op die manier kunnen patiënten hun dagelijkse activiteiten beter uitbreiden zonder terugval in de oude klachten'', aldus Van Wingerden.

In Nederland hebben meer drie miljoen mensen chronische lage rugklachten. De meer traditionele behandeling van hun klachten is terug te voeren naar de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Behandelmethoden

In die periode kwamen psychische en sociale factoren in zwang als verklaring van de klachten. De aandacht voor de lichamelijke kant nam in de jaren daarna sterk af. Van Wingerden vindt het van belang de fysieke aspecten weer mee te nemen in de behandelmethoden.

''Het aantal rugklachten of de duur ervan zouden we daarmee aanzienlijk omlaag kunnen brengen.''