AMSTERDAM - De meldkamer van ambulancediensten herkent bijna een op de drie hartstilstanden niet. Daardoor zijn de overlevingskansen van slachtoffers kleiner dan nodig.

Dit concludeert de Nederlandse Hartstichting op basis van door haar gesteund onderzoek van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.

De onderzoekers van het AMC analyseerden bijna vijftienduizend telefoontjes naar de meldkamer van de ambulance.

Het bleek daarbij te gaan om 285 hartstilstanden, maar bij 82 slachtoffers werd de hartstilstand niet herkend, ofwel in bijna 29 procent van de gevallen.

Als de hartstilstand niet werd herkend, stuurde de centralist één ambulance op de melding af, terwijl naar de 203 onderkende hartstilstanden twee ambulances werden gestuurd.

Overlevingskans

Het sturen van meer ambulances vergroot de kans dat hulp sneller ter plaatse is. Als de centralist een hartstilstand vermoedde, was 8,5 minuten na het bellen een ambulance aanwezig, tegen tien minuten als de hartstilstand niet werd herkend.

Van de slachtoffers bij wie een hartstilstand werd herkend, was na drie maanden veertien procent nog in leven. In de groep slachtoffers met een niet-herkende hartstilstand was de overlevingskans na drie maanden slechts vijf procent.

Ademhaling

Na een hartstilstand ademt een slachtoffer niet normaal of helemaal niet meer, licht de Hartstichting toe. Het herkennen van een hartstilstand valt of staat dan ook met informatie over de ademhaling van het slachtoffer, concludeert de stichting.

De meldkamercentralist moet vragen naar de ademhaling en de beller moet daar goede informatie over kunnen geven. Onderzoeksleider Ruud Koster, arts van het AMC, vindt op grond van de resultaten dat alle Nederlanders een reanimatiecursus moeten volgen en de signalen van een hartstilstand moeten leren herkennen.