AMSTERDAM - Het aantal transplantaties met een nier van een levende donor neemt toe. Vaker dan in het verleden is de donor niet bekend met de persoon die de nier krijgt.

Zij worden Samaritaanse donoren genoemd. Net als de barmhartige Samaritaan uit de Bijbel verlangen ze geen tegenprestatie voor hun hulp aan een onbekende.

Dat meldt het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde deze week in een onderzoek naar nierdonatie in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Artsen en specialisten stelden een programma op voor Samaritaanse nierdonatie in de periode van 2000 tot en met 2008.

Donatie

In deze periode meldden zich 110 personen voor anonieme donatie waarvan er 48 medisch geschikt bleken. In 35 gevallen heeft aan het eind van het programma daadwerkelijk donatie plaatsgevonden.

Deze donoren handelen meestal vanuit een christelijke levensovertuiging. Ze werken voornamelijk bij liefdadigheidsinstellingen en zijn meestal ook bloed- of beenmergdonor.

In Nederland bestaat nog steeds een groot tekort aan nieren voor transplantatie. De gemiddelde wachttijd bedraagt momenteel bijna vier jaar. Een vijfde tot een kwart van de patiënten op de wachtlijst zal door het tekort nooit een transplantatie ondergaan.

Ruilprogramma

Om het aantal niertransplantaties te vergroten, werd het inmiddels succesvolle nationale donor-ruilprogramma ontwikkeld. Voor patiënten voor wie het moeilijk is in de familiekring een passende nier te vinden, biedt het Samaritaanse programma uitkomst.

Het Samaritaanse programma werd in 2000 gestart nadat een donor zich in Rotterdam meldde. De man had zijn nier niet kunnen doneren aan zijn inmiddels overleden vrouw, maar wilde wel iemand anders helpen. Sindsdien neemt het aanbod van dergelijke potentiële donoren gestaag toe.