GRONINGEN - Donornieren die voor de transplantatie voortdurend worden doorspoeld en gekoeld met een speciale vloeistof komen na de transplantatie sneller op gang dan nieren die op de conventionele wijze zijn bewaard in een koelbox op ijs.

Bovendien is het risico op nierfalen in het eerste jaar na transplantatie de helft kleiner.

Dat blijkt een internationale studie onder leiding van transplantatiedeskundigen van het Universitair Medisch Centrum Groningen. UMC Groningen maakte dit vrijdag bekend.

Een deel van de donornieren komt niet direct op gang na de transplantatie. In dat geval moet de patiënt enige tijd aan de nierdialyse. Daardoor bestaat een verhoogd risico op afstoting en een toegenomen kans op nierfalen. Deze problemen spelen bij het bewaren in de speciale machine, die ongeveer zo groot is als de koelbox, aanzienlijk minder.

De bewaarmethode ('machinale preservatie') bestaat al tientallen jaren, maar tot nu toe was nog nooit op grote schaal onderzocht of de methode ook beter is. ''Dit internationaal onderzoek toont voor het eerst aan dat iedere donornier beter af is met machinale opslag'', aldus hoogleraar Rutger Ploeg van UMC Groningen. Hij was de coördinator van het onderzoek.