De snelheid waarmee mannen een zaadlozing krijgen, is erfelijk bepaald. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht.

De resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Sexual Medicine.

Aan het onderzoek werkten 89 Nederlandse mannen mee die lijden aan de primaire vorm van vroegtijdige zaadlozing. Dat wil zeggen dat ze er altijd al last van hebben gehad. Daarnaast werd er een controlegroep onderzocht van 92 mannen.

Serotonine
Bij mannen met vroegtijdige zaadlozing blijkt de stof serotonine minder actief te zijn in het deel van de hersenen dat de zaadlozing regelt. Deze stof is onder andere betrokken bij seksuele activiteit en eetlust. Door de lage activiteit van serotonine verloopt deze signaaloverdracht bij mannen met de primaire vorm van vroegtijdige zaadlozing niet goed.

Eén van de onderzoekers, Marcel Waldinger, voorspelde al in 1998 dat zowel de snelheid waarmee een man tot een zaadlozing komt als de primaire vorm van vroegtijdige zaadlozing genetisch bepaald zijn.