AMSTERDAM - Eén op de zes kinderen van wie de ouders gescheiden zijn, krijgt hierdoor problemen. Dit is minder dan voorheen werd aangenomen. Kenniscentrum E-Quality overhandigt vandaag de onderzoeksresultaten aan Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin.

Slechts 15 procent van de Nederlandse kinderen die een scheiding meemaakt, krijgt hier ook echt last van. Zij ontwikkelen gedragsproblemen, moeten een klas overdoen, gaan roken of worden depressief.

Dit blijkt uit onderzoek van E-Quality in opdracht van het ministerie voor Jeugd en Gezin. In eerdere onderzoeken lagen deze cijfers hoger.

Ruzie

Jaarlijks scheiden de ouders van zo'n 50.000 tot 60.000 kinderen. Een scheiding op zich blijkt niet zo schadelijk voor kinderen. Maar wanneer ouders nog lang ruziën of in financiële problemen raken, kan dit gevolgen hebben voor het kind, ook op langere termijn.

Als volwassenen zullen zij jonger in een relatie stappen en ook eerder gaan scheiden dan mensen die niet op jonge leeftijd een ongelukkige scheiding van hun ouders hebben doorgemaakt.

Ouderschapsplan
Ook al gebeurt dit bij minder kinderen dan verwacht, dit maakt het niet minder ernstig. Volgens de onderzoekers is het wenselijk dat het opstellen van een ouderschapsplan wordt begeleid door een geschoolde bemiddelaar.

Ouders zouden beter geïnformeerd moeten worden en ze moeten op het werk de ruimte krijgen om de zorg voor de kinderen opnieuw te organiseren.