Kinderen die bestraald zijn geweest voor een hersentumor krijgen later vaker last van aandachtsproblemen. Beweging kan volgens Zweedse onderzoekers wellicht helpen om hun hersenweefsel te herstellen.

De stralingstherapie die kinderen krijgen om hun hersentumor te overwinnen, beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook de stamcellen in een deel van het geheugen (hypocampus). De jonge patiënten krijgen hierdoor op latere leeftijd last van geheugenproblemen.

Onderzoekers van de Sahlgrenska Academy in Gotenburg hebben bij muizen aangetoond dat beweging kan helpen om deze beschadigde stamcellen te vernieuwen. Nieuwe zenuwuiteinden in een beschadigd brein blijken bij de muizen slechts matig te groeien en zijn minder effectief. Maar wanneer de muizen veel beweging krijgen, bleken de zenuwuiteinden weer normaal te groeien.

Looprad
Om dit te bewijzen kregen babymuizen van 9 dagen een dosis straling die hun hersenen beschadigden. Hierna mocht de helft van deze muizen zoveel rennen in een looprad als ze wilden. In deze groep bleken de hersenen na dertien weken weer normaal te functioneren. Ook hun gedrag was ongestoord. Mogelijk kan de hersenschade bij kinderen dus ook beperkt worden wanneer zij onder begeleiding spel- en bewegingsoefeningen krijgen, denken de onderzoekers.