De zorg na het implanteren van een pacemaker kan verbeteren door het aanwijzen van patiënten die meer kans lopen op complicaties. Dit blijkt uit onderzoek van Martijn van Eck van het UMC Utrecht.

Er zijn richtlijnen voor de aanpak van een behandeling met pacemakers voor een te langzaam hartritme. Toch treedt in tien procent van de gevallen een complicatie op. De onderzoeker beschrijft in zijn proefschrift de factoren die een complicatie bij de implantatie van een pacemaker en in de controles daarna voorspellen.

Van Eck beschrijft in zijn proefschrift zes factoren, waaronder ondergewicht en het gebruik van meerdere geleiders, die complicaties tijdens de implantatie en daarna tijdens de controles kunnen voorspellen.

7000 patiënten
Een pacemaker geeft regelmatig elektrische prikkels af die via geleiders naar de hartspier gaan en zorgen dat een te traag hartritme weer normaal wordt. In Nederland krijgen jaarlijks ongeveeer 7000 patiënten voor het eerst een pacemaker. Voor de implantatie van pacemakers bestaan duidelijke richtlijnen maar voor de controles daarna nauwelijks.

Onderzoek
Het Julius Centrum startte daarom in 2003 met onderzoek in 24 Nederlandse pacemaker-centra en werden 1526 patiënten die voor het eerst een pacemaker in de huidige praktijk kregen gevolgd.