30 procent van de Nederlandse kinderen heeft in meer of mindere mate last van slaapproblemen. Dat blijkt uit een internetenquête van de Nederlandse Vereniging voor Slaap/Waak Onderzoek (NSWO), waarbij de slaapgegevens van 889 kinderen werden geanalyseerd.

De jongste kinderen (<4 jaar) hebben vooral in- en doorslaapproblemen. Tussen de 4-10 jaar is inslapen moeilijk en tussen 11-18 jaar zijn er naast in- en doorslaapproblemen ook veel problemen met wakker worden.

Slaapproblemen bij kinderen in de tienerleeftijd leiden in 45 procent van de gevallen tot een slaaptekort waardoor prestaties op school kunnen tegenvallen. Jongere kinderen met te weinig slaap hebben meer kans op ongelukjes.

Internationale richtlijnen adviseren een slaapduur van minstens 10 uur voor kinderen van 4-10 jaar en minimaal 8 uur voor kinderen tot 18 jaar. Van de kinderen van 4-10 jaar met slaapproblemen slaapt 60 procent minder dan 10 uur, 45 procent van de tieners met slaapproblemen slaapt minder dan 8 uur.

Slechts 18 procent van de ouders zegt zich zorgen te maken over de gevolgen van de slaapproblemen van hun kinderen. NSWO pleit in het kader van de Nationale Slaapdag voor een groter bewustzijn van het belang van voldoende slaap voor het opgroeiende kind.